RT @Hoofdredacteur zoekt lezers. Om samen te zorgen voor liefdesbaby. #durftevragen #dtv RT=lief
Op Twitter is het elke dag rokjesdag. Iedere zichzelf respecterende mediamaker zet daar dagelijks haar beste beentje voor. Met gestifte lippen en gekapte haren vliegen de hoofdredacteuren van bladenmakersland door de timeline. Met de laatste cover als avatar en de tijdschrifttitel als trots insigne gedragen in de Twitternaam.
Er worden deadlines gedood, sneak previews gedeeld en euronummers gepromoot. Maar vooral wordt er veel onderling gebabbeld. Mens Health flirt met Libelle. Playboy doet het (al jaren) met Viva. En Red deelt een koud biertje en portie bitterballen met Beau Monde. De onderonsjes hier en een knipoog daar laten zien dat Nederlands bladenmakersland het bijzonder goed met elkaar kan vinden. Oorlog voeren doet men in het tijdschriftenschap, de liefde bedrijft men op Twitter.
Maar de liefde bedrijven met je eigen achterban. Is dat nu de optimale inzet van social media? Natuurlijk. Erkenning van collega’s is fijn voor het ego. Vakprijzen doen het ook nog altijd goed. Maar is een publieksprijs niet vele malen relevanter? Wellicht ook beter voor de oplage?
Ik hoor je nu denken. Ach, de redactie accounts. Die flirten wel met onze lezers. Maar helaas. Met eenzijdig verzonden headlines dringen zij zich aan hen op. Brekend nieuws! Klik op mij! Volg mij! Koop mij! Retweet mij! Maak kans op een prijs! Ouderwetse marketing. Allesbehalve sexy. Zeker niet geil.
Mijn advies aan hoofdredactioneel twitterland: gooi je haar los, zet het raam open. Laat een frisse wind waaien over het redactiekantoor. Zet de stoelen buiten. Nodig je lezers uit. Schenk een goede fles wijn en zorg voor lekkere happen. Leg nu eerst je oor te luister. Bemoei je dan -voorzichtig- met het gesprek. Durf te vragen. Flirt. Zorg. Bewonder. Heb je lezers lief. Beloof hen eeuwige trouw. Laat hen onderdeel zijn van je redactieproces. Jouw blad is jullie liefdesbaby.
Een eerbetoon aan @GraziaHilmar. Hoofdredacteur met de mooiste benen van Nederland.
Deze column verschijnt deze maand ook in het magazine en weblog van Publishr